Ik zal maar met de deur in huis vallen: ik stap weer het huwelijksbootje in. En nee, ik heb niet Zita ingeruild voor twee exemplaren van 25. Al zie ik wel veel kapiteins, ook van een zekere leeftijd, met een verse, jonge matroos.
Op 8 juni 2026 zijn we exact 25 jaar getrouwd, dan zeilen we weg op onze tweede huwelijksreis. Onze eerste huwelijksreis bracht ons, met de auto, naar Italië en Corsica. Deze staan dit keer niet op de planning. We zeilen zuid, langs de Europese kusten via de Canarische eilanden naar Kaapverdië. Vanaf daar zullen we oversteken naar Brazilië. De tocht gaat verder zuid naar de Mount Everest van het zeilen: Kaap Hoorn en Ushuaia.
Dan gaat het eindelijk weer noord via het Beagle Kanaal. Vervolgens wacht de onmetelijke Pacific met Paaseiland, Frans-Polynesië en Tonga. We hopen eind 2028 ergens de boot weer een tijdje vast te knopen in Nieuw-Zeeland. Dat lijkt me een prima start van onze tweede honeymoon.
Dit schrijf je natuurlijk een stuk makkelijker op dan dat je het zeilt. De route is op zich al uitdagend genoeg, maar elke generatie oceaanzeilers heeft daarnaast ook zo haar eigen uitdagingen. De twintigers bivakkeren, nog jong en onervaren, op kleine bootjes met dito budget. De dertigers verblijven op iets grotere schepen met plek voor een kinderwens of kind. De veertigers zie je niet, die moeten carrière maken en kinderen naar de hockeyclub brengen. De vijftigers leven op luxe jachten om die reis te maken nu het nog kan. De zestigers doen dat op nog luxere jachten maar dan op de Middellandse Zee.
En nu, nu zijn wij zelf die empty nesters geworden en gaan onze reis maken. De kinderen zelfstandig, het te grote huis verkocht en bij Vlissingen veranderen we onze LinkedIn status naar: Gone Sailing. En weg ben je. Toen we, bijna twintig jaar geleden, nog bij de jongere generaties hoorden en op reis gingen, zat de spanning vooral op het zeilen zelf. Hoe zou het zijn, zolang aan boord? Kunnen we het wel? Hoe vaar je in verre landen op onbekende wateren?
Nu weten we dat ook in verre landen het water nat is en je boot erop blijft drijven als je een beetje je best doet. De vraag is hoe we omgaan met het achterlaten van iedereen en alle inmiddels verworven zekerheden. Zijn wij nog zo flexibel als toen? De kinderen dicteerden het ritme van de dag. Ze hielden ons zo bezig dat ik me nooit heb afgevraagd welk boek ik nu eens zou gaan lezen. Maar nu komt het aan op karakter -en koffie- elke ochtend. Voortaan moeten we zelf bepalen wat we elke dag doen. Geen kinderschema, opdrachtgever, team of werkgever -maar zelf. En dat ook nog samen! Hoe zal dat zijn? Hebben we wel genoeg boeken aan boord?
Nieuwsbrief
We hebben sinds kort een nieuwsbrief. Deze sturen we onregelmatig met wat meer persoonlijke berichten. Schrijf je nu in, dan ben jij als eerste op de hoogte.

