De NS hebben het al jaren geleden afgeschaft en vervangen voor iets moderners en -ook geheel van deze tijd- wat beperkt in de mogelijkheden. Tegen deze stroom in is onze tienertoer drie weken geldig en niet beperkt tot één landje.

We zeilen met pubers ruim 1000 mijl over de Middellandse Zee. Het zijn, op één na, ervaren zeilers, op open bootjes. Alleen Isa en Finn hebben enige ervaring met ’s nachts zeilen. Zelf zijn we redelijk ervaren zeilers.

We hebben van te voren afspraken en schema’s gemaakt met het wachtschema maar ook met huishoudelijke taken. Ook hebben we gesproken over veiligheid en regels aan boord. De crew (en de ouders) hebben vooraf de route en regels op schrift ontvangen. Daarna hebben we deze besproken tijdens een etentje met de bemanning. Dat blijkt vooraf prima te gaan en scheelt enorm veel discussie tijdens de vakantie. Daar wordt het leuker van.

Afgelopen jaar kochten wij een Breehorn 44 in Griekenland, de Dutchman. We kunnen natuurlijk provianderen en de zeilen hijsen, dan zijn we een paar weken later in Nederland. Maar dan mis je de hele Méditerranée en het is zeker niet de meest populaire variant bij onze pubercrew van 18 en 16. We besluiten het rustig aan te doen en dat ze allebei een vriendje mogen meenemen.

We maken een vaarplan waarin ik de eerste etappe met vrienden zeil, een crewwissel op Sicilië en we eindigen de tienertoer in Spanje. Met zes gezinnen zijn de vakanties afgestemd, tickets geboekt, tijdssloten voor in -en uit water besproken en toen ging er iets mis op een dierenmarkt in China.

Na maandenlange onzekerheid gaan we toch, tegen alle verwachtingen in, met de eerste vlucht van het jaar naar Preveza. De impact van de hele coronacrisis lijkt voor ons beperkt, één van mijn vrienden blijft thuis, ik moet bij aankomst door de Griekse corona teststraat en ons voorjaarsbezoek aan de boot is geannuleerd. Die voorjaarsvakantie was bedoeld om de boot eigen te maken en gereed voor een tocht van een ruim 2700 mijl naar Nederland. Met de mannen probeer ik dat in drie dagen in te halen, dan moeten we toch echt weg. In Palermo landt over vijf dagen een vliegtuig met de nieuwe bemanning en dat zelfde vliegtuig brengt ook de heren weer naar huis.

We overwinnen de grootste technische problemen in de 400 mijl tussen de Ionische eilanden en Palermo. Tussendoor brengen we nog een bezoek aan Vulcano, een van de Eolische eilanden. Ondanks de naamgever van deze eilandengroep, de Griekse god van de wind Aeolus, moeten wij daar voornamelijk motoren. We ontdekken zo dat de dynamo af en toe een kort alarm geeft. Maar met af en toe kunnen we niet zoveel. Verder doet de koelkast het niet, de rest lijkt aardig te werken.

In Palermo zetten we de bloemetjes buiten en de volgende dag is het hello & goodbye. In de consternatie van een ongelooflijke drukke, katterige, snikhete, ochtend met boodschappen, vishengel reparaties, schoonmaken en een Italiaanse monteur voor de koeling vertrekken de mannen met de sleutelset van de marina in hun zak. De taxichauffeur lost het op door met een bordje Dutchman en de sleutels bij de aankomsthal te gaan staan. Wat een luxe service voor mijn nieuwe crew, de problemen met de koeling zijn hier helaas niet oplosbaar.

Hetzelfde maar dan anders

De eerste avond blijkt dat mijn rol ongeveer 180º gedraaid is. Waar ik gisterenavond nog in de kroeg stond, staan vanavond die pubers in dezelfde kroeg. Zij houden het langer vol, ik ben ’s ochtends fitter. We varen een kort tochtje van 33 mijl naar Castellammare del Golfo om iedereen te laten wennen aan het zeilen. Het blijkt een leuk plaatsje te zijn en dat vinden de kinderen ook.

We hebben vooraf de afspraak gemaakt om goed uitgerust aan een zeiltocht te beginnen. Dus de avond voor een zeiltocht is het rustig aan en op tijd naar bed. De dame en de heren hebben dat anders geïnterpreteerd: als er niet gevaren wordt, kunnen alle remmen los. De tweede avond blijft het veilig in het dorp; de volgende dag varen we uit naar Sardinië, 200 mijlen voor de boeg.

Vooraf hebben we de wachten verdeeld van 21:00 tot 09:00. Drie wachten van vier uur voor ieder tweetal. De wacht overdragen aan Zita ben ik gewend, dan slaap ik prima. Maar nu moet ik de wacht voor het eerst overdragen aan Isa en Toon, dat is anders. Ik trim de zeilen helemaal tot in de puntjes, ruim alles op en doe de uitgebreidste overdracht ooit. Ondanks dat er maar 12 knoopjes wind over het dek staan, we varen op een ruime koers en de zee rustig is, kan ik de slaap maar moeilijk vatten. Na een uurtje ga ik nog één keer kijken in de kuip, dan wint de vermoeidheid.

Op het eind van de tweede dag laten we het anker vallen in de Golf van Cagliari. Iedereen is blij dat we er zijn. Lekker zwemmen, een ankerbiertje en eten. Daarna heerlijk slapen op het zachte gewiebel van de golven. De volgende dag zeilen we naar Cagliari, een fantastische stad. Wij fietsen door het vlakke deel van de stad en halen verse groente en fruit. De kinderen ontdekken Cagliari by night en veroveren een karaoke bar. Na twee nachten vertrekken we weer, we zijn allemaal in dezelfde stad geweest, maar we hebben hele andere dingen gezien.

Een kaap te ver

De wind op de Middellandse Zee is vaak alles of niets, terwijl wij zeilers graag het stukje daar tussenin hebben. Wij hebben dit jaar niets te klagen, over het algemeen is de wind prima.  Als we Cagliari uit zeilen geven de windkaarten een steady  15 knopen westenwind op. Dat wordt dus kruisen. We zeilen de baai uit en willen een stuk langs de zuidzijde van het eiland zeilen. In de baai hebben we eerst noordenwind en later zelfs oost. Dat is mooi, je hoort mij niet klagen. We zijn niet de enige die het prettig zeilen vindt in de baai, de Italiaanse uitdager in de America’s Cup -Luna Rossa- vliegt op 30 meter achter ons langs. We zien achter een kaapje diverse boten prachtig voor anker liggen. Diverse blikken kijken mij aan, ik zeg: “we gaan er nog eentje verder”.

De wind zakt langzaam weg en na vijf minuten komt ie terug. Maar nu wel recht op de neus en met een knoop of 30. We krijgen er gratis passende golven bij en in vlagen trekt de wind nog wat verder door. We zetten snel het 2e rif en draaien de genua weg, de kotter is nu ruim voldoende. De golven teisteren de boot en onze jonge, open bootjes zeilers leren de vaste buiskap waarderen. Na 1,5 uur kruisen kruipen we achter de kaap weg en liggen voor anker alsof er niets aan de hand is.

Na een leuke tussenstop op Isola di san Pietro is het tijd voor onze langste tocht, 230 mijl naar Mallorca. We vertrekken ’s ochtends met prima wind en hijsen al snel de gennaker. We berichten Nederland met wat jaloersmakende foto’s van ons vertrek maar krijgen als response dat alle horeca dicht is op Mallorca in verband met corona. Dat is een probleem voor de pubers, na beraad verleggen we de koers naar Ibiza, dan wordt het wel 315 mijl, een nachtje extra. De koers is nu ook recht voor de wind, afkruisen dus. Dat zijn nog veel meer mijlen.

Goedemorgen

Voor twaalf uur ’s middags hebben we doorgaans het rijk alleen. Alles onder de 40 ligt met dichte ogen te zweten in hun hok. Rond die tijd drijven ze meestal het bed uit om, na wat catering, de dag horizontaal voort te zetten ergens aan dek. Wij genieten ook van deze lange ochtenden. Als er echter ’s nachts gevaren wordt dan is er opeens een kind wakker als ik om half negen op sta. Soms zie ik de puber me al verwachtingsvol aankijken: ga jij mij verlossen en kan ik naar bed?

Zo ook deze ochtend. Finn is weer schielijk naar bed verdwenen en Zita en ik genieten van ons ontbijt. Tijdens het tweede kopje koffie begint de vismolen te ratelen. Tot nu toe is het 3-0 voor de vissen. We hebben er nog niet één weten binnen te halen. Alle vissen ontsnapten, sommige namen ook nog een groot deel van ons vismateriaal mee. Ik troost me met de gedachte dat de Romeinen al klaagden over de vis in dit water, ik ben dus niet de enige en zeker niet de eerste.

Ik duik op de hengel en geef wat meer weerstand. Het is hard werken om een beetje controle te krijgen. Langzaam kan ik de lijn binnen gaan halen; de kracht is enorm. Dat moet een flinke jongen zijn. Vaak gaat het mis bij het aan boord brengen, dan willen ze nog wel eens ontsnappen. In de tropische zeilvlogs harken ze het beest binnen met een gaf. Wij hebben nu dus ook zo’n ding aan boord en Zita mag er als eerste mee spelen. Het is een prachtige geel vin tonijn en ik breng het langszij. Op Youtube zit zo’n gaf direct met één beweging vast in de vangst en leg je deze soepel aan boord. Maar aan boord is het geen Youtube, zal ik maar zeggen. De huid van een tonijn is hard en glad. De gaf glijdt er overheen en haakt in de kieuw van de tonijn. Het bloed spuit er uit als Zita de vis omhoog hijst. Na wat twijfel gaat ie met een ferme zwaai naar het diepste deel van onze kuip. Die gaat nergens meer heen.

Het beest is bijna 70 centimeter lang en weegt ruim 20 kilo. Het vliegt door de kuip en klapt van kant naar kant tegen de banken in de kuip aan. Achter die polyester wandjes liggen de kinderen te zweten en in de wandjes zitten luiken. Die staan open. Het bloed gaat alle kanten op, verbaasde blikken achter de luikjes die snel dicht gaan. Met enkele flinke tikken, een stevige portie gin en uiteindelijk een mes verlossen we de tonijn uit zijn lijden. 3-1.

Na 60 uur zijn we bijna op Ibiza. De bemanning snakt naar vaste grond onder de voeten en wat tijd zonder ouders. Ze hebben het heel goed gedaan en we besluiten de haven van Santa Eulalia in te gaan. Hoe vaak doe je dit nu in je leven? We accepteren de schandalige tarieven die overal worden gevraagd op dit eiland als beloning voor de crew. Twee nachten, niets meer!

Brand

Naar verluidt was het heel rustig op Ibiza, wij vonden het best druk. Nu zijn wij ook niet zo goed in massatoerisme en alles wat daarbij hoort. Tot mijn verassing bleken de kinderen echter ook een voorkeur te hebben voor echte steden waar ze met de lokale studenten plezier konden maken. Na twee dagen willen we allemaal graag de drukte achter ons laten en verkassen naar Formentera.

Ik start de motor en geef wat aanwijzingen aan de bemanningsleden op de boeg en aan bak- en stuurboord. Zita is binnen nog bezig en ik roep tegen haar dat we gaan uitvaren. Op het moment dat ik me omdraai om een van de achterlijnen los te gooien hoor ik allemaal gedoe. Ik draai me weer om en de geluiden blijken van binnenuit te komen. “Robin, ik zie allemaal rook”, roept Zita. “Mmm, zal ik de motor maar weer uit zetten?”, vraag ik tamelijk overbodig.

Ik zet de motor uit en sprint naar binnen. De rook lijkt uit het motor compartiment te komen. Trap weg, vloerdelen open. De rook prikt in mijn keel. We zien veel rook, maar het spreekwoordelijke vuur ontbreekt. We graven verder en ook de zittingen in de salon gaan open. Daar zit de bron, een grote witte rookwolk ontsnapt en vervliegt langzaam. Maar gelukkig ook nog steeds geen vuur en we vinden geen hele hete delen. Na een minuut of 10 is de meeste mist wel verdwenen en kan de zitting onder de bank aan een nadere inspectie worden onderworpen.

De scheidingsdidode ziet er erg slecht uit, dat zou zomaar de veroorzaker van alle rook kunnen zijn. Maar die diodes doen dat meestal niet zomaar, daar moet een andere oorzaak voor zijn. Hoe dan ook gaan we zo niet vertrekken. Gelukkig is het zaterdagochtend en de komende 48 uur is alles dicht. Voor de haven is het geen enkel probleem, als we maar binnen 30 minuten weg zijn. Anders moeten ze het schip dat deze plek gereserveerd heeft in een grotere box leggen en mogen wij dat tarief aftikken. Dat is €300 per nacht, ex btw, water en stroom. Ik ben van nature een rustig mens en hoop voor iedereen het beste. Voor sommige mensen hoop ik wel wat harder dan voor andere.

Nadat we tot rust zijn gekomen van al het gedoe, kunnen we even rustig puzzelen. We krijgen hulp van bekenden die daar ook in de haven liggen en langzaam wordt het duidelijk. De metingen bevestigen dat de schuldige de dynamo is die al zo lang piept en dat deze veel te veel spanning en stroom op de diode heeft gezet.  Op maandagochtend checken we, na een vreselijke nacht aan het anker, de lokale Volvo Penta dealer. Tevergeefs, op het eiland is geen geschikte dynamo te krijgen. We gaan onmiddellijk ankerop, er wachten 150 mijlen op ons naar Cartagena.

We hebben én een flinke crew én een flinke accubank én twee zonnepanelen. De eerste uren sturen we zelf en daarna moet de stuurautomaat het weer doen. Dat lukt. Isa en Ties loodsen ons ’s nachts tussen de kilometers lange tonijnnetten door. In Cartagena leggen we na een goede 24 uur eerst de walstroom aan en dan de landvasten, zo zullen we het redden. Cartagena is alles wat Ibiza niet is en het is fantastisch.

De laatste dagen hebben we uitstekende wind en in twee dagtochten zeilen we naar Aguadulce, het eindpunt van deze etappe. Je blijkt dus uitstekend flinke afstanden te kunnen zeilen met een groep pubers. Zoals altijd moeten we ons allemaal een beetje aanpassen. Wij wat vaker havens in dan ons lief is en wat soepel in het toezicht als het kan. De jeugd heeft wat regeltjes moeten accepteren en meer mijlen afgelegd dan ze zelf zouden doen. Per saldo heeft iedereen een geweldige tijd gehad.

We bluffen natuurlijk dat het een lieve lust is, maar bluf blijft het. Ik heb zojuist mijn Passenger Locator Form ontvangen van een wat vage Griekse website. Deze pagina is pas enkele dagen in de lucht en zou van de regering in Athene kunnen zijn. Ik zou ook zo mijn laatste restje privacy aan Mark Zuckerberg overhandigd kunnen hebben. Het heeft er alle schijn van dat het de Atheense versie is.

Over een uur of 30 staat onze vlucht naar Preveza gepland. Na alle annuleringen heb ik zoveel vouchers van Transavia dat zelfs de ECB jaloers begint te kijken. Ik had al ooit kaartjes voor de eerste vlucht van het seizoen, in april, maar de eerste vlucht van het seizoen blijkt over 30 uur te gaan. Geen probleem, daar had ik ook al zes maanden kaartjes voor. En nu, nu lijkt dan toch echt te gaan gebeuren. Ik ga het bijna zelf geloven.

We hebben een spannende trip voor de boeg. Alle voorbereidingen die we in het voorseizoen gepland hadden staan moeten nu in 2 dagen gebeuren. De Grieken hebben de lokale variant van vrij reizen geïntroduceerd, met steekproefsgewijs testen bij aankomst, zelf-quarantaine in afwachting van de test resultaten en afschaffing van de privacy. De trip zelf voorziet in een crewwissel op Sicilië en een terugvlucht uit Spanje. Eén risico per dag, zeg ik altijd maar.

De pandemie heeft natuurlijk veel slachtoffers gemaakt, zeker in Zuid-Europa. Naast alle overledenen is daar ook de economie het hardste geraakt. In ons team hebben we een corona slachtoffer, één crewlid vindt de risico’s te groot en blijft thuis. De rest bluft zich er doorheen, en wie weet waar we komen.

Het zeilplan is fantastisch. Vanuit Griekenland doe ik met de mannen de eerste etappe naar Sicilië. Tussenstop op de Eolische eilanden, mmm komt helemaal goed. In Palermo onze crewwissel, de heren geven het stokje over aan Zita die met 4 pubers aan boord komt. Via Sardinië en de Balearen naar Zuid-Spanje, dan vliegen naar huis. Je kunt ons volgen via de kaart.

Als het Ministerie van Buitenlandse Zaken nu nog even het reisadvies voor Griekenland van oranje naar geel omzet, dan kunnen wij inchecken.

Dit is een kort verhaal geschreven in april/mei 2020. De uitgangspunten: een boot, een pandemie, zijn waar. De rest is fictie. Elke overeenkomst met bestaande personen of gebeurtenissen berust op louter toeval.
Leestijd ongeveer 10 minuten.

FF een weekje weg met de jongens

-“Zeiljacht Dutchman, goedemorgen, zeg het maar“;
-“Goedemorgen, hier zeiljacht Dutchman, wij willen graag een schutting naar binnen“;
-“Ik ga de stuurboord sluis voor u draaien; Met hoeveel personen bent u aan boord?; Waar komt u vandaan en wat is uw bestemming”?

Elk jaar zeil ik een weekje met de jongens. We zeilen in Zeeland, het IJsselmeer en Frankrijk. Toen ik een jaar geleden ja zei tegen de aanschaf van een zeilboot op de Middellandse Zee, leek me dat een spannend maar goed idee. Het lukte me zelfs om al een week met de jongens te zeilen in de Med voor ik formeel eigenaar was.

Ik heb een fantastisch schip gekocht, een Breehorn 44. Het schip is wel relatief nieuw voor mij, er zijn nog enkele kleine gebreken en ik wil wat aanpassingen doen. Ik wil graag in etappes terug naar Nederland zeilen. Het plan is te gaan varen van Preveza (Griekenland) naar Palermo (Sicilië, Italië). Daar een crewwissel, de jongens terug naar huis, ik verder naar Spanje met mijn vrouw en onze twee grote pubers (18 en 16) met elk een vriendje mee.

Dat jongens moet ik misschien een beetje nuanceren. Toen we elkaar 25 jaar geleden leerden kennen waren we dat. Nu is onze vrijheid zorgvuldig ingekapseld in huwelijken, hypotheken, kinderen en banen of bedrijven. Maar als we aan boord zijn, doen we alsof we nog studeren: Whatever happens on the boat, stays on the boat! Tot op zekere hoogte gaat dat redelijk. Wel is de prioriteit verschoven van discotheek naar restaurant, de katers lijken wat steviger, het lijf net wat minder soepel, maar goed, we doen het wel.

Griekenland

Dit jaar fietst het Coronavirus er doorheen. We gaan van het-zal-wel-overwaaien naar als-het-maar-op-tijd-weg-is naar het-zal-toch-niet. Uiteindelijk kunnen we bijna volgens planning vertrekken. De meivakantie met mijn gezin was wel geannuleerd door het virus. Dus 1,5 week voor het vertrek met de jongens ben ik al naar Preveza gegaan met mijn vrouw. In Nederland hebben we het hamsteren overgeslagen, in Griekenland halen we ons gram. We bereiden de boot voor alsof het een oceaanoversteek betreft. Dat is een tic die we hebben overgehouden aan ons rondje Atlantic, een aantal jaren gelden. De boot is spic en span en tot de nok toe gevuld. Mijn vrouw vliegt naar huis, tot over een week;  de mannen stappen aan boord.

Carst is werfeigenaar en de vader van drie zonen. Hij is een late vader, wat heet: zijn jongste is net uit de luiers en mijn oudste bijna uit huis. Misschien ben ik ook wel een relatief jonge vader. Het is een feest om hem aan boord te hebben, de rust zelve en altijd humor. Maarten is mijn oud-huisgenoot en onze glamourboy. Alle mannen en vrouwen vallen onmiddellijk voor hem. Laten we zeggen dat social distancing niet in zijn comfortzone zit. Simon plakt aan het pluche van zijn bankiersstoel. Niet alleen zijn omvang is legendarisch, dat is ook zijn scherpe Rotterdamse tong. Grootste man, grootste mond, kleinste hartje.

Kort na aankomst van ons laatste bemanningslid vertrekken we. Het is prachtig weer, zonnetje, wind, iedereen blij. De tocht naar Sicilië duurt tweeënhalve dag. De diensten zijn verdeeld en we hebben een tocht uit het boekje. We zeilen door de Straat van Messina, vangen en passant nog een tonijntje en gaan voor anker bij één van de Eolische eilanden. We genieten van het rijke leven en lessen onze dorst.

Na enkele dagen gaat de spijker uit de grond en zetten we koers naar Palermo. Onze telefoons verraden de nabijheid van Sicilië. We zijn nog niet helemaal van God en het thuisfront los en slaafs controleren we de oorzaak van de piepjes. Het duurt even tot de betekenis van alle losse berichten tot ons doordringt. Er is een tweede golf besmettingen ontdekt in Italië, waar ze toch al zo de bibbers hebben van het virus. Pardoes heeft het land besloten dat vanaf vanavond middernacht alle havens en vliegvelden dicht gaan. Het is halfvier ’s middags, morgen landt mijn vrouw met de pubercrew, met hetzelfde vliegtuig gaan de jongens terug naar Nederland.

We hebben nog twee uur te gaan tot Palermo, tijd voor palaver. Maar eerst moet er gebeld worden met het thuisfront. De heren krijgen uiteenlopende opdrachten mee. Voor mij is het helder, mijn verse bemanning kan voorlopig niet naar Italië en ik heb geen trek in een Siciliaanse quarantaine. Ik vaar door, liever niet alleen, ik ben namelijk geen groot fan van solo zeilen. Maarten wil naar huis, hij belt alle servicedesks van alle vliegvelden en luchtvaartmaatschappijen. Simon doet een rondje internet. Carst pakt een biertje en we bespreken de opties: een laatste vlucht of Ibiza, here we come?

We gaan naar Palermo. Simon vertelt zijn relaas. Geen internet opties, alles schluß. De servicedesks blijken toch anders te werken dan de naam doet vermoeden; er wordt vaak niet eens opgenomen. Maarten is koppig, hij gaat van boord en gokt op zijn charmes bij de dames achter de incheckbalie. Simon en Carst kiezen voor de extended trip en gaan mee naar Ibiza.

Ik moet nog wel de voorraden aanvullen. We zijn niet heel zuinig geweest met water en één van de gebreken is dat de watertank lekt. Deze kan maar voor de helft gebruikt worden en bij te veel helling over bakboord loopt deze langzaam leeg in de bilge. Een volle dieseltank is ook wel prettig en een bepaald product in blikjes van 30 cl is ook tamelijk hard gegaan. Bedenk daar nog wat verse spullen en flessen water bij dan zijn we ready to go.

Het is bijna zeven uur als we eindelijk afmeren aan het dieseldok, er willen meer boten weg. Carst en Simon sprinten van boord, gewapend met Google maps en een Albert Heijn tas. Maarten pakt zijn spullen en vertrekt naar het vliegveld. Eindelijk is de boodschappen crew er weer. Ze duwen ieder met veel kabaal een boodschappenwagen over de steiger. Er zit alles in wat ik gevraagd heb. Simon heeft nog wat extra biertjes -zes trays- en bijbehorende snacks in de kar gegooid. Better safe than sorry.

Redding

Om halftien varen we tussen de havenhoofden weer naar buiten. Het grootzeil gaat omhoog, de motor blijft nog even aan, er staat maar weinig wind. We zetten een koers uit langs de kust zodat we nog even binnen telefoonbereik blijven. We brengen het thuisfront op de hoogte van de status. De zon verdwijnt langzaam en we zien nog een vliegtuig overvliegen. Zou het Maarten gelukt zijn? Heeft hij het geritseld of zit hij straks weken vast op dit eiland? Het display van mijn telefoon geeft uitsluitsel. Maarten belt.

Mission failed. De milde paniek van vanmiddag heeft plaats gemaakt voor rode stress. Het vooruitzicht van eenzame opsluiting in een corona gebied is niet heel aantrekkelijk voor hem. Hij wil naar de haven komen maar wij zijn al lang weg. Ik heb geen trek om terug te gaan en vervolgens collectief vast te zitten. Maar ja, samen uit, samen thuis.

Ik zeg tegen Maarten dat hij een taxi moet pakken naar een baai niet ver van ons vandaan, zijn locatie moet delen op z’n telefoon en zwaaien met het verlichte telefoondisplay op het strand. We zetten koers naar de baai en maken de dinghy gereed. Het is onmogelijk om tegen het licht van het eiland een telefoontje te ontwaren. We bellen en verlichten onze zeilen. Uiteindelijk lijken we elkaar gevonden te hebben. Het is inmiddels kwart over elf. Ik wil weg uit deze kustwateren. Carst planeert met de dinghy naar het strand, binnen enkele seconden is hij verdwenen in de nacht. Maarten stuurt telefonisch het knipperende hoofdlampje naar de juiste plek op het strand. Om kwart voor twaalf is het hele spul weer aan boord en hangt de bijboot in de davits.

We zetten direct koers weg van het eiland. De autoriteiten hebben gelukkig andere zaken aan hun hoofd, we worden met rust gelaten. Maarten doet relaas van zijn mission impossible. Laten we zeggen dat hij niet de enige was op het vliegveld. Het maakt allemaal niet uit, sommigen kunnen de kans op een snelle oplossing niet laten liggen. Ik ben blij dat we weer compleet zijn. Ik hoop maar dat hij daar alleen zijn vliegtuig heeft gemist en geen virus opgehaald. Langzaam wordt de sfeer weer jolig, we leggen Maarten uit dat hij nu echt te oud wordt om op zijn charmes te kunnen vertrouwen. We doen ons een beetje te goed aan Simon’s inkopen en de spanning ontlaadt zich. De climax komt in de vorm van de Vengaboys, Going to Ibiza.

Het eerste rak, net onder Sardinië door, is veelal motorwerk. Er is maar weinig wind en ook weinig lust aan boord om alles uit de zeilen te halen. Het is vooral de dag na de avond ervoor. Als we binnen netwerkbereik van Sardinië komen, is er weer werk aan de winkel. Berichten en e-mails stromen binnen. Het plan is om de beoogde crewwissel van Sicilië nu op Ibiza uit te voeren.

IJverig zie en hoor ik iedereen naar vliegtickets zoeken, ik laat het een beetje langs me heen gaan. Ik blijf toch aan boord en ik kan zo een beetje rustig nadenken en plannen. Ergens in mijn achterhoofd knaagt het. Wat is de catch, wat mis ik? Plotseling bedenk ik me dat ‘Schengen’ samen met onze andere burgerrechten vrij achteloos overboord is gegooid door alle regeringen afgelopen voorjaar. Alle EU binnengrenzen sloten ineens. Wat hebben de Spanjaarden gedaan met de jongste opleving van de Italiaanse epidemie? Google is your friend, maar het antwoord is niet altijd leuk. Weer dicht. Palaver.

Ons motto is: je moet het geluk een kans geven. Een vrijbrief voor ongegeneerd opportunisme, maar wel leuk. Boter bij de vis, wat gaat het worden mannen? We hebben geen tijd voor een uitgebreide contemplatie, graag beslissen voor we buiten 4G bereik van Sardinië zijn. Ze willen het thuis ook wel weten. We besluiten koers te houden naar de Balearen maar nog geen tickets te kopen, we zijn wel Nederlandse opportunisten. Thuis wordt er zwijgzaam ingestemd.

Als er al iemand enige illusie had dan is dat nu voorbij. Ruim 50 mijl voor Ibiza krijst de marifoon: “Sailing yacht Dutchman, sailing yacht Dutchman, this is the Spanish coastguard on channel one-six”. De Guardia Civil heeft ons gevonden en is niet van plan los te laten. De AIS heeft ons bezoek aan Italië verraden en ons wordt de toegang tot Spanje ontzegd. Na uren bedelen, smeken en heimelijk vervloeken over de marifoon krijgen we het ongelooflijk fijne aanbod om drie weken voor anker in quarantaine te gaan in een onbeschutte baai. In Nederland weet nog niemand iets en wij houden maar weer eens palaver.

Laatste rak

Tijd voor licht aan het eind van de tunnel, we dreigen een echte Dutchman te worden waarvan de bemanning nergens meer aan land mag. De jongens zitten er doorheen. We zitten samen in de kuip, ik gooi de knuppel in het hoenderhok: “in drie weken zijn we ook bij de sluis in Hansweert.” Drie paar ogen staren me ongelovig aan. De stilte lijkt minuten te duren. De blikken van de mannen zoeken elkaar en soms kijken ze even vertwijfeld naar mij. Vraag ik nu te veel van mijn crew? “Dan is het maar goed dat ik een paar blikjes extra meegenomen heb in Palermo”, redt Simon mij. Ik lach opgelucht: “ik ben blij dat je zo snel de prioriteiten weer op orde hebt”. Carst begint ook voordelen te zien. Het is bij hem thuis niet altijd even makkelijk en er zijn ergere straffen dan een flink potje zeilen. Maarten is een ander verhaal. Hij wilde natuurlijk al eerder van boord en de ruimte om individueel af te wijken is er nu niet. Dat kost nog even wat tijd.

Ik heb zelf eigenlijk wel zin in een flinke zeiltocht. Het klinkt misschien een beetje vreemd maar ik ben ergens ook wel blij. Blij dat we fijn kunnen zeilen en straks de boot in Nederland hebben. Langzaam verschuift de focus aan boord van wat naar hoe. Hebben we alles aan boord, denken we dat we het kunnen, hoe gaan we de taken verdelen? Daar komen we wel uit, alleen weet er nog niemand thuis iets van deze nieuwe situatie en we zijn nog dik buiten mobiele telefoon bereik. We melden de kustwacht dat we verder zeilen en de Balearen aan stuurboord zullen laten liggen. Na enige stilte wenst de Guardia Civil ons fair winds toe. We zeggen maar niet wat we hen toewensen.

Nu we de koers hebben verlegd in zuidwestelijke richting hebben we een knoop of tien bakstag wind. Dat is eigenlijk net te weinig voor ons schip. Het gerol op de golven is irritant zo, we hebben meer druk in de zeilen nodig. Ik duik naar beneden en graaf een grote zeilzak onder het bed vooronder vandaan. Als ik het ding door de kajuitopening de kuip in pers beginnen Maarten’s ogen weer te glimmen: “Had maar eerder gezegd dat je zo’n ding aan boord hebt”. “Wat is het? Een spi of een gen”? Ik lach: “een gennaker”. Dat is in ieder geval gelukt. Maarten heeft weer een uitdaging. Hij neemt de zak mee naar voren en samen met de andere heren wordt het ding gezet. Dat scheelt, de boot gaat anderhalve knoop sneller, ligt stabiel en het moreel gaat ook omhoog.

Als je zo lekker loopt onder een gennaker dan krijg je altijd last van een kruisend schip, zelfs op ruime wateren. Maar dit keer waren we er naar op zoek. Op de AIS hadden we een passagiersschip gespot en we hebben geprobeerd zo dichtbij als mogelijk te komen. Dat lukt natuurlijk maar matig, die dingen varen veel te hard. Gelukkig hoefden we hem niet te raken, in de buurt was voldoende om te checken of we GSM dekking konden krijgen.

We hebben kort telefoon verbinding maar geen internet. Ik gebruik het netwerk om een paar sms-jes te sturen naar huis. Om verwarring te voorkomen bel ik er achteraan om de korte teksten toe te lichten. Na een seconde of dertig is thuis weer weg, we zijn te ver van de ferry. Ik hoop maar dat ik een beetje duidelijk ben geweest en dat ze de andere wachtende echtgenotes op de hoogte kan brengen over het waarom van onze, voor hen verwarrende, AIS track.

We hebben afgesproken om te kijken of we Portugal wel in mogen, Faro of Lissabon zijn de kandidaten met veel vluchten naar Nederland. Bij Cartagena komen we weer in de buurt van land; en dus weer 4G. Tijd voor weerberichten, Portugese grensregels en contact met het thuisfront. De Guardia Civil meldt zich nog maar eens en we bevestigen dat we echt door zeilen. In Nederland ging niet bepaald de vlag uit. Daar zijn ook wat agenda’s in de war geschopt en dan is er ook nog de onverwachte spanning van een oceaantrip van hun partner. De Portugese douane informatie is vast uitstekend, maar dat is mijn Portugees niet. Ik heb geen idee of we welkom zijn, we gaan het meemaken.

Het weerbericht heb ik wel begrepen, er komt een Levante aan, de oostenwind. Dat is mooi maar doorgaans poeiert die stevig door en dat lijkt ook nu weer het geval te zijn. We gaan de zoveelste nacht in en ik heb mijn wachten samen met Simon. We hebben de wachten verdeeld en wij hebben de wacht van 21:00 tot 24:00 en van 03:00 tot 06:00.

De gennaker is gelukkig al weer een tijdje naar binnen verdwenen als we met 7,5 knoop we onder de Spaanse kust door schieten. De wind is bijna achterlijk en blaast nog met 20 knopen over het dek. Volgens de voorspelling gaat de wind zelfs nog een beetje meer zijn best doen; tijd om te reven. Waarom moet dat toch altijd ’s nachts? We beginnen met de genua maar eens een flink eind in te rollen. Simon draait de boot een beetje in de wind, ik ga naar voren en zet maar meteen twee reven in het grootzeil. Tegen de tijd dat alles is opgedoekt en de bulletalie weer staat ben ik zeiknat. Wat een klus is dat als je in een vest zit en aangelijnd bent. Normaal doe ik dit nooit, mijn vrouw is bij ons aan boord de voordekker. De boot is weer rustig en we lopen nog even snel.

Als we bij Gibraltar door de Middellandse Zee worden uitgespuugd staat er een stijve bries van 35 knopen. We ontvangen wat berichten uit Nederland. De Portugese grens schijnt ook gesloten te zijn voor iedereen uit Italië. Ik heb geen idee hoe streng de controles zijn. Het weer staat geen uitgebreide reacties toe. We moeten de koers iets in noordelijke richting verleggen. We zetten de kotterfok er bij en laten een puntje genua over als een soort kluiver. Het is feest aan boord. Hier is deze boot voor gebouwd, met ruim acht knopen stormen we op Cabo Sao Vicente af.

In Portugal worden de taken van de kustwacht uitgevoerd door de marine. Zodra we de Portugese wateren binnen varen worden we opgeroepen en gevraagd naar onze reis. Ze zijn duidelijk op zoek naar schepen met een Italiaanse reishistorie. Het heeft geen zin om te doen alsof we het niet begrijpen, anno 2020 is er ook op zee geen anonimiteit meer. Onze bestemming wordt The Netherlands.  

Na Sao Vicente neemt de wind flink af. Dat geeft ons de gelegenheid om weersinformatie op te halen en de updates naar huis sturen. Nu onze bestemming definitief is geworden verandert de sfeer aan boord. Er is rust en iedereen komt in het ritme van de zee. De hengel gaat weer eens uit en we koken uitgebreider. Carst bakt een brood. De Portugese Noord is ook in quarantaine, denk ik. Hij houdt zich in ieder geval gedeisd. Waar mogelijk zeilen we naar het noorden en anders bewijst de Volvo goede diensten.

Vijf dagen nadat we er bij Gibraltar uit zijn gebeukt liggen we ter hoogte van La Coruña. Dat is een uitstekende locatie om met deze bemanning eens stevig de bloemetjes buiten te zetten. Helaas is dat ons niet gegeven. Van de andere kant loopt het team nu zo soepel, ik zou het niet graag doorbreken. In Biskaje komt er weer wind, eerst west, dan zuidwest,  eerst rustig en tegen de tijd dat we bij Île d’Ouessant zijn waait het gewoon weer hard. Het maakt ons allemaal niks meer uit. Wij zijn één met de boot en parallel aan de shipping lanes vervolgen wij onze weg door Het Kanaal. Een tij mee, weer eentje tegen halen we onze herinneringen op aan een eerder episch bezoek aan Alderney.

Langzaam maar zeker komt Cap Griz Nez in beeld en we gaan stuurboord uit langs de kust. De ongelooflijke lelijkheid van de zware industrie bij Duinkerken en eindeloze rijen flats langs de Belgische kust kunnen ons niet deren. Het ritme aan boord is consequenter dan de eb en vloed en zo stromen wij de Westerschelde op. Zevenentwintig dagen na ons vertrek uit Griekenland draaien we ’s ochtends om half zes de sluiskom in langs het gebouw van de verkeerscentrale.

-“Sluis Hansweert, dit is zeiljacht Dutchman”;
-“Zeiljacht Dutchman, goedemorgen, zeg het maar“;
-“Goedemorgen, hier zeiljacht Dutchman, wij willen graag een schutting naar binnen“’;
-“Ik ga de stuurboord sluis voor u draaien. Met hoeveel personen bent u aan boord? Waar komt u vandaan en wat is uw bestemming”?

We gaan zeilen van Griekenland naar Nederland. De afstand is bijna 2700 nautische mijl, zo’n 5000 kilometer. Dat is ruim 18 dagen lang, 24 uur per dag, non-stop varen. Net zo ver als vanaf de Canarische eilanden, via de Kaapverden, naar Sint Maarten. Die route hebben we eerder gevaren, we bereiden ons dus weer voor op een lange tocht.

Toch is het totaal anders dan de vorige keer. We varen natuurlijk niet in één keer naar huis, we slaan echt niet al die leuke plaatsen over. En na maximaal een nachtje of drie, oké in Biskaje wat meer, heb je weer vaste grond onder de voeten.

Ook onze lieftallige bemanning van weleer is niet meer wat het is geweest. Ze zijn zich aan het ontpoppen na een flink tijdje rups te zijn geweest. De enige reden dat onze vlindertjes nog mee fladderen is de beoogde route langs Ibiza. Gelukkig kunnen pubers van 16 en 18 wel veel beter nachtdiensten draaien dan 4 en 6 jarigen. Soms denk ik wel eens dat ze alleen ’s nachts leven, overdag beweegt het vaak zo weinig dat ik de neiging heb om een pols te controleren.

Op de tocht naar het Caribisch gebied mag je rekenen op de diensten van de warme passaat, de Middellandse Zee kent weinig zekerheden. Waar we op onze oceaanoversteek de tijd nog mee hadden, is onze tocht nu verpakt in schoolvakanties. En iedere zeiler weet dat een strakke planning in combinatie met onbetrouwbaar weer het ideale recept is voor problemen.

Voorbereiding

Wat ook anders is, is de voorbereiding. Dit schip is groter, sterker en moderner dan de Tyche. Er zijn nu geen infrastructurele ingrepen nodig. Ook hoeven we nog niet weken lang volledig zelfredzaam te zijn, dat scheelt. Wel is de boot nieuw voor ons en moet het schip geschikt gemaakt worden voor meerdaagse zeiltochten. Ik vermoed dat het al weer een flink aantal jaren geleden is dat de boot ’s nachts heeft gevaren. Ook moeten we ons kunnen beschermen tegen de alles verzengende hitte en last but not least willen we natuurlijk aan jullie laten weten hoe het gaat. Dat vraagt ook nog wel het een en ander.

Nadat ik samen met Lars een aantal noodzakelijke verbeteringen heb doorgevoerd, heb ik me nu op de meer triviale zaken gestort. Denk aan persoonlijke veiligheidsuitrusting, klusspullen, navigatiemateriaal, onderhoudsmiddelen, comfort accessoires en natuurlijk toys for the boys and girls. Een greep uit de vangst? Een AIS-MOB, een niet-lekkende compressor voor de koeling, een verse set kaarten, filters voor de motor, onze eigen zonnetent en een vismolen voor de yellow fin tuna. Maar een zwaardvis is ook goed: we zijn de moeilijkste niet ;-).

Deze fase is, kortom, een soort kruising tussen een voorbereiding op een oceaanoversteek en een extended familie vakantie met pubers. Dat biedt kansen voor een vader van een zekere leeftijd, het verschil met puberwensen is vaak niet zo heel groot.

Een jaar of vijftien geleden kochten we onze eerste boot, de Tyche. Dat is een s-spant, een Breewijd 31, uit 1980. Gebouwd in Schoorldam van dik hoogovens staal. De Tyche doet exact wat dikke, zware, stalen s-spanten moeten doen, namelijk rustig varen en niet al te snel. Ideaal voor ons dan nog jonge gezin.

We wonen in die tijd in Den Haag en de boot ligt in Andijk. We zeilen op het IJsselmeer, het Wad, in Zeeland en op de Noordzee. Langzaam groeit ons zelfvertrouwen en stijgt de ambitie. Niet per se lineair of parallel of bij alle gezinsleden tegelijk, maar toch, het gaat omhoog.

Deze ambitie leidt via een droom naar een plan naar een project en tenslotte naar een half rondje Atlantic. We zeilen met z’n vieren een jaar lang van Scheveningen tot Newport, Rhode island, USA. De boot gaat als deklast mee terug naar IJmuiden. Als we terug zijn weten we wat we echt willen.

Anna

Op een avond, ergens eind april, aan tafel bij Lars van den Berg, vraagt hij aan mij of ik niet een Breehorn 37 voor hem wil ophalen in Port la forêt, Bretagne. Ik zei dat me dat een leuk idee leek en dat we komende zomervakantie wel tijd konden maken. Mmw, was het geluid uit zijn mond, het was duidelijk niet het gewenste antwoord. Maar nu is Lars niet voor één gat te vangen en ik kreeg prompt de vraag: “Wil je ‘m niet kopen?”

Ik gluurde even opzij naar de dames aan de andere kant van de tafel maar die keuvelden vrolijk verder. So far, so good. Nu was het mijn tijd om te mmw-en. Ik kocht wat tijd met vragen over de boot en wat dat dan wel niet moest kosten. Lars had geen idee hoe de boot er aan toe was, maar de prijs was heel scherp.

Ik rekende in mijn hoofd met euro’s, kilometers en agenda’s. Kennelijk niet snel genoeg, “Hij zit je toch geen boot te verkopen?”, zegt Aukje, Lars’ zijn vrouw. Ik weet even niet zo goed wat ik moet zeggen en switch naar de blik van Zita. Soms zit het mee, ook in haar ogen bespeur ik kansen. En kansen moet je pakken.

Om lang verhaal kort te maken: drie dagen later lag de Tyche in haar box, waren wij in Kerléven, Bretagne en maakten we kennis met de Anna. Zo werd de Anna onze second love maar in tegenstelling tot de website namen wij wel afscheid van de Tyche voordat de Anna in haar box mocht plaatsnemen.

De Anna was een schot in de roos. Onze onmisbare en onvergetelijke Tyche bleek toch redelijk eenvoudig te vervangen. De Breehorn 37 verdubbelde de dagafstanden, verhoogde het comfort enorm en was zoveel luxer. Wat een schip! We zeilen van de Wadden tot voorbij de Kanaal Eilanden en van Antwerpen tot the Isle of Wight.

Dutchman

En waarom dan toch weer verder? Goede vraag, maar zoals ik al eerder zei: soms moet je kansen pakken. Dit was er weer zo eentje. We hadden tegen elkaar gezegd dat als we ooit, ooit nog eens …. dan zou het een Breehorn 44 moeten zijn.

Je kunt er natuurlijk één nieuw bestellen maar dat is een andere league, zullen we maar zeggen. Een Breehorn 44 overkomt je ook een beetje, er zijn er maar een goede twintig op onze planeet. En nu, nu liepen we weer tegen zo’n kans aan. Maar ja, ooit was zeker niet nu. De boot lag in Griekenland en dat bleek een bezwaar voor potentiële kopers. De prijs was daarom scherp en we konden de aanschaf met anderhalf jaar vertragen. We besloten dat het over anderhalf jaar maar ooit moest zijn.

We hebben inmiddels afscheid genomen van onze vertrouwde Anna en de eerste weken gezeild met onze nieuwe liefde. En hoe is dat dan, zul je vragen? Dat is zoals het gaat met nieuwe liefdes; je waardeert de kwaliteiten die je miste bij de vorige enorm maar we verstaan elkaar nog niet zonder woorden. Postuum ontdek je kwaliteiten van je oude liefde die je nooit zag toen je met haar was. We moeten dus nog een beetje aan elkaar wennen, maar gelukkig ben je allebei vergevingsgezind in die eerste fase.

Intensieve wittebroodsweken hebben we voor de boeg, we brengen de Dutchman van Griekenland naar Nederland. Als we er zijn, weten we wat we aan elkaar hebben en past de boot weer als een heerlijke oude jas. Je kunt onze kennismaking volgen hier op de website, via @sydutchman op Instagram of soms op Youtube.

5/5